Christa de Wit - 15/11/2018

De creditcrisis lijkt voorbij, de economie trekt aan, meer mensen vinden een baan en als we de plannen van Prinsjesdag zien, gaan bepaalde groepen in onze maatschappij er weer op vooruit.
Is alles dan nu weer ‘koek en ei’ in onze samenleving? Nee, natuurlijk niet.
We hebben te maken met vervuiling, met een plastic soep in de oceanen,
met armoede, ongeletterdheid, misbruik, klimaatverandering, uitbuiting, ’winstmaximeerders‘,
oorlog, robotisering, epidemieën en nog veel meer andere zaken waar we een oplossing voor moeten vinden. Juist in tijden van hoogconjunctuur knijpen overheden een oogje toe over misstanden als het dumpen van chemisch afval in de oppervlakte wateren van het Westland,
bij falend toezicht op banken en bedenken de afschaffing van de dividendbelasting. Want de raderen draaien, de machinerie is op stoom. Want we moeten immers groeien.

In onze ‘efficiëntie economie’ zijn er veelal vaak jonge mensen
die het roer om willen gooien naar een ‘duurzame economie’.
Zij erkennen de noodzaak om de samenleving een stukje leefbaarder te maken, duurzamer, groener, schoner, veiliger. Ze leven zelf bijvoorbeeld als minimalisten,
met zo min mogelijk goederen en spullen in hun huis verzameld.
Ze eten biologisch en/of vegetarisch voedsel of worden flexitariers, om het dierenleed terug te dringen. Ze dragen kledingstukken meer dan de
gebruikelijke 7 keer, nemen het openbaar vervoer in plaats van de auto
of het vliegtuig, scheiden hun afval, verrichten mantelzorg of
vrijwilligerswerk naast hun baan,
plaatsen zonnepanelen en brengen nog bruikbare goederen naar de kringloop.
Kortom, ze zorgen dat hun ecologische voetafdruk onder de 1 komt.

Een tijdje geleden was ik op een congres waar zo’n 90 van deze bevlogen jonge mensen bijeen waren om te kijken hoe ze, gezamenlijk met gemeenten, de markt konden veroveren
om zodoende de samenleving weer een stukje socialer te maken.
Deze sociale ondernemers zijn de pioniers waar het gaat om repareren, refurbishen, herbestemmen, reclyclen, om de conversie van afval in bruikbare producten en het substitueren van aardolie en gas voor duurzame bio-based grondstoffen.
Het was inspirerend te zien hoe ze een lange mars inzetten om samen te proberen de samenleving om te buigen naar een circulaire economie.

De Vonk, als expertisecentrum armoede en sociale uitsluiting, is vanuit deze gedachte ook een Social Entreprise te noemen: een pionier waar het gaat om het ombuigen van structuren die mensen arm houden. De Vonk komt op voor mensen die buiten de boot vallen, die niet mee kunnen komen, die in armoede leven. De Vonk vertolkt hun stem naar de instanties, zodat ze gehoord en gezien worden en hun waardigheid houden. Gelijktijdig traint en coacht De Vonk professionals om met mensen in armoede om te gaan, om armoede te signaleren en daarop beleid te ontwikkelen. Zodat de ‘groei economie’ groeit naar een ’duurzaam inclusieve samenleving’, waarin iedereen mag groeien en er op vooruit mag gaan.

Stichting De Vonk © 2018 | Privacyverklaring

Geregistreerd als algemeen nut beogende instelling